dinsdag 29 januari 2008

Barbados

Barbados ligt ten oosten van St Lucia op een half uurtje vliegen. Het eiland heeft prachtige stranden en we zijn dan ook zeer gelukkig dat er één aan de voet van ons hotel ligt. We hebben een klein appartementje en kunnen nu ook zelf koken (Oscar vooral). We wandelen iedere dag in het voetspoor van de pensionado’s die in de prachtige appartementen aan het strand verblijven. Het zwemmen is helemaal heerlijk en als we op een dag besluiten te snorkelen komen we een giga rog van twee meter tegen en een zeeschildpad. Op vrijdagavond gaan we naar Oistins een wijk in het zuiden van Barbados. Iedere vrijdagavond is er een bijeenkomen van de hele gemeenschap (soort Kwaku Kwaku festival) om de paycheck stuk te slaan op verse vis en drank. Het meest grappige was een swingende neger die een stijf blank stel het ABC van het sexy dansen probeerde te leren. We hebben ook nog een hoogtepuntje op een ochtend als we mee gaan zeilen op de Martella een oud Whitbread wedstrijdzeilschip (nu Volvo Ocean Race). We doen een wedstrijdje met de Athina ook een oud Whitbread wedstrijdzeilschip. Een heerlijke ochtend waar Petra weer wat vertrouwen krijgt in het zeilen. Haar rug gaat inmiddels weer beter. De laatste zondagavond eten we in het schitterende Sandy Lane Hotel (waar je alleen inkomt met een reservering “only for the rich and the famous”). We genieten van overheerlijk eten, (een toetje om niet te versmaden) en een super chique ambiance (wat tegenwoordig ook daar inclusief Russen is). De dinsdag 15 januari vertrekken we richting NL eerder dan verwacht. We hebben een huurder voor het huis en we hebben dan ook meteen de geledenheid om Petra haar rug te laten behandelen.

St Lucia

Ondanks dat het motto in de Carib “live slow” is hebben we binnen drie uur een fijn gesprek met een arts, een CT scan, een diagnose en een zak met pillen waar je een kudde olifanten mee lam krijgt. Vanuit het ziekenhuis vertrekken we naar het hotel dat Oscar al op de boot had geregeld. Hier verblijven we vervolgens de eerste weken na aankomst. Voor Petra wordt het rusten, fysiotherapie en langzaam aan weer bewegen. Oscar vermaakt zich samen met Jan en Miek met duiken, borrelen (ook nog op een passerende zeilklipper “De Stad Amsterdam”), lekker sporten, beetje winkelen en andere fijne zaken; zoals Sjors het noemt: “lekker chillen”. Langzaam gaat het beter met Petra die het hotel een perfect revalidatie oord vindt. Iedereen is lief en aardig je hoeft echt niets te doen en je hebt zon, zee en een zwembad voor de deur. Nog voor de kerst is er de prijsuitreiking van de ARC. De Hartbeat wordt uitgekozen als mooiste boot van de ARC 2007! De trotse familie Hart neemt de prijs in ontvangst. Kerst vieren we op het strand met Jan, Miek en de kinderen, de familie van de Fuerta Ventura (Engelse familie ) en Anne en Dies van de Roxanne. We genieten van een heerlijke barbecue bij kampvuur in zwembroek en bikini. Met Oud en Nieuw dineren we in het hotel en eten de lekkerste kreeft ooit en vieren we de jaarwisseling op de Hartbeat samen met de Boris en Barbara van de Roxanne. Het vuurwerk is kort en krachtig en het wordt door alle champagne, muziek, noodpijlen die door Jan eigenhandig de lucht in worden gestuurd en een nieuwjaarduik, een hele happening. We nemen afscheid van de Hartbeat die hun reis naar het zuiden voortzetten. Wij bezoeken 1 januari het beroemde Marigot Bay en lunchen in het welbekende restaurant Dr. Doolittle. Daarna rijden we samen met Mr. Feelgood (meest vrolijke taxichauffeur) kris kras over het eiland naar de Pittons, twee puntvormige bergen waar St Lucia bekend om staat (ook wel de borsten van het eiland genoemd) die gevormd zijn door een vulkaanuitbarsting jaren gelden. Het eiland heeft een heuse drive in vulkaan met kokende blubber poelen (“this is not a jacuzzi”). 4 Januari vertrekken we naar Barbados naar heerlijk genoten te hebben van dit prachtige groene, kleurrijke, zonovergoten eiland.

ARC

De dag van vertrek worden op zondagochtend nog de laatste klussen aan de Hartbeat gedaan voordat we de trossen losgooien en richting startpunt vertrekken. De zon schijnt en meer dan 200 boten zijn klaar voor vertrek. Alle boten worden vanaf de kade door velen uitgezwaaid. We hijsen de zeilen en na het startsein varen we weg van Las Palmas vele boten achter ons latend. Het is een geweldige ervaring, de golven zijn hoog en het duurt niet lang of we worden vergezeld door tientallen dolfijnen. De eerste nacht valt. We maken een nachtschema, genieten van een wijntje, kijken naar de volle maan en we (Oscar en Petra) worden vervolgens voor het eerst zeeziek (en niet zo’n beetje). Gelukkig duurt het maar een dagje. En net als we van de misselijkheid bekomen zijn breekt de boom (horizontale grote ijzeren paal waar een voorzeil aan vast zit) af. Wat we natuurlijk al wisten bewijst Jan weer; hij is een ware klusser. Na drie verwoede pogingen (drie maal is scheepsrecht) lukt het om de boom aan de mast te bevestigen en de constructie blijft tot het einde werken! De zon schijnt en we zakken af naar het zuiden omdat we een rustige koers willen varen met de kinderen. Ondertussen wordt de genaker voor het eerst gehesen wat een geweldig gezicht is (waanzinnig groot blauw zeil met een gouden knoop erop). Na enkele dagen komen we in een eigen leefritme van koers kijken, koers verleggen, klusje doen, koken, lekker drinken, heerlijk eten, spelletje spelen, lesgeven, wasje doen, nachtdienst draaien, vliegende vis over boord gooien, boekje lezen, i-pod, slapen, enz. De nachtdiensten zijn indrukwekkend. De boot vaart door in een donker gat. We houden in de gaten of er geen lichtjes of andere zaken om ons heen zijn, wat het weer is, hoe de maan opkomt en schrijven de positie ieder uur op. Op de heldere nachten zien we duizenden sterren en als het bewolkt is zien we niets echt helemaal niets terwijl de boot verder vaart. Het weer is overwegend lekker zonnig, de wind laat ons soms wat stilvallen wat de motor in beweging zet. Na genoeg naar het zuiden gevaren te hebben verleggen we de koers naar het westen richting St. Lucia. De passaat wind komt in de zeilen en het wordt warmer. Af en toe worden we overvallen door buien die meestal van achter komen en die men squalls noemt. Ze duren niet lang maar kunnen wel heftig zijn. En we vangen vis, eerst een handzame en vervolgens, met het lijntje (zonder hengel de beste vangst) van Oscar, een geweldige mooie wel 1.5 meter lange goudmakreel. Wat een klus om zo’n beest binnen te halen (Jan: “hij past niet in mijn netje”). Als het beest eindelijk aan dek is haalt Miek vakkundig de haak uit zijn bek terwijl Elske zich afvraagt wat ze er allemaal van moet vinden. De vis wordt gefileerd en op een houten plank op het dek gelegd. Die middag merken we dat in iedere rustige koers een windvlaag kan zitten. De genaker pakt wind uit een andere hoek en in een klap zwenkt de boot 45 graden. Petra komt verstrooid uit haar cabine en ziet Miek half in het water staan de vis reddend. Terwijl Pieter vraagt “gaan we nu zinken?” ziet ze de vis vliegend in de midden kuip belanden. Sjors grijpt het roer en weet de boot weer in balans te brengen. Vis en genaker gered alleen de houten plank verloren. Van de schrik bekomend besluiten we de barbecue voort te zetten. De vis is zo groot dat we hem niet opkrijgen maar smaakt overheerlijk. De volgende dag komt Sinterklaas. We weten Elske te overtuigen dat hij toch echt langs is gekomen en een heleboel cadeautjes heeft gedropt. De zak komt te voorschijn en de hele middag horen we “vet, cool” bij alle cadeaus die er worden uitgepakt. Blije gezichten en voldane ouders en een boot die verder vaart. We zijn dan al over de helft van de meer dan 3000 mijl. We passeren de 14e breedte graad. Alles heeft rustig zijn ritme gevonden. En dan gaat Petra door haar rug. Vier dagen voor aankomst. De diagnose wordt telefonisch door de kustwacht van NL gedaan (hernia) wat later in het ziekenhuis bevestigd zal worden. Ze gaat plat en goed ook. Gelukkig heeft de Hartbeat een uitgebreid assortiment aan medicatie aan boord (een gemiddeld Afrikaan ziekenhuis kan er niet tegenop) waar ze dankbaar gebruik van maakt. Miek en Oscar nemen de verpleging (heel lief) op zich. We vervolgen de reis en komen voor aankomst nog in een heftige squall terecht. De wind komt van alle kanten en overvalt ons; het grootzeil scheurt (helaas). Het mag de pret niet drukken als we na 16 dagen eindeloze zee land zien. Op 11 december varen we Rodney Bay, de haven van St Lucia, binnen. Petra stommelt aan dek en na een slok van de champagne wordt ze met brancard en al afgevoerd richting het ziekenhuis van St Lucia. De Hartbeat beduusd achterlatend. Wat een ervaring! Ondanks rug kijken we terug op een geweldige vaart met vele leerzame en dierbare momenten. Volgend jaar weer dan maar?