dinsdag 29 januari 2008

ARC

De dag van vertrek worden op zondagochtend nog de laatste klussen aan de Hartbeat gedaan voordat we de trossen losgooien en richting startpunt vertrekken. De zon schijnt en meer dan 200 boten zijn klaar voor vertrek. Alle boten worden vanaf de kade door velen uitgezwaaid. We hijsen de zeilen en na het startsein varen we weg van Las Palmas vele boten achter ons latend. Het is een geweldige ervaring, de golven zijn hoog en het duurt niet lang of we worden vergezeld door tientallen dolfijnen. De eerste nacht valt. We maken een nachtschema, genieten van een wijntje, kijken naar de volle maan en we (Oscar en Petra) worden vervolgens voor het eerst zeeziek (en niet zo’n beetje). Gelukkig duurt het maar een dagje. En net als we van de misselijkheid bekomen zijn breekt de boom (horizontale grote ijzeren paal waar een voorzeil aan vast zit) af. Wat we natuurlijk al wisten bewijst Jan weer; hij is een ware klusser. Na drie verwoede pogingen (drie maal is scheepsrecht) lukt het om de boom aan de mast te bevestigen en de constructie blijft tot het einde werken! De zon schijnt en we zakken af naar het zuiden omdat we een rustige koers willen varen met de kinderen. Ondertussen wordt de genaker voor het eerst gehesen wat een geweldig gezicht is (waanzinnig groot blauw zeil met een gouden knoop erop). Na enkele dagen komen we in een eigen leefritme van koers kijken, koers verleggen, klusje doen, koken, lekker drinken, heerlijk eten, spelletje spelen, lesgeven, wasje doen, nachtdienst draaien, vliegende vis over boord gooien, boekje lezen, i-pod, slapen, enz. De nachtdiensten zijn indrukwekkend. De boot vaart door in een donker gat. We houden in de gaten of er geen lichtjes of andere zaken om ons heen zijn, wat het weer is, hoe de maan opkomt en schrijven de positie ieder uur op. Op de heldere nachten zien we duizenden sterren en als het bewolkt is zien we niets echt helemaal niets terwijl de boot verder vaart. Het weer is overwegend lekker zonnig, de wind laat ons soms wat stilvallen wat de motor in beweging zet. Na genoeg naar het zuiden gevaren te hebben verleggen we de koers naar het westen richting St. Lucia. De passaat wind komt in de zeilen en het wordt warmer. Af en toe worden we overvallen door buien die meestal van achter komen en die men squalls noemt. Ze duren niet lang maar kunnen wel heftig zijn. En we vangen vis, eerst een handzame en vervolgens, met het lijntje (zonder hengel de beste vangst) van Oscar, een geweldige mooie wel 1.5 meter lange goudmakreel. Wat een klus om zo’n beest binnen te halen (Jan: “hij past niet in mijn netje”). Als het beest eindelijk aan dek is haalt Miek vakkundig de haak uit zijn bek terwijl Elske zich afvraagt wat ze er allemaal van moet vinden. De vis wordt gefileerd en op een houten plank op het dek gelegd. Die middag merken we dat in iedere rustige koers een windvlaag kan zitten. De genaker pakt wind uit een andere hoek en in een klap zwenkt de boot 45 graden. Petra komt verstrooid uit haar cabine en ziet Miek half in het water staan de vis reddend. Terwijl Pieter vraagt “gaan we nu zinken?” ziet ze de vis vliegend in de midden kuip belanden. Sjors grijpt het roer en weet de boot weer in balans te brengen. Vis en genaker gered alleen de houten plank verloren. Van de schrik bekomend besluiten we de barbecue voort te zetten. De vis is zo groot dat we hem niet opkrijgen maar smaakt overheerlijk. De volgende dag komt Sinterklaas. We weten Elske te overtuigen dat hij toch echt langs is gekomen en een heleboel cadeautjes heeft gedropt. De zak komt te voorschijn en de hele middag horen we “vet, cool” bij alle cadeaus die er worden uitgepakt. Blije gezichten en voldane ouders en een boot die verder vaart. We zijn dan al over de helft van de meer dan 3000 mijl. We passeren de 14e breedte graad. Alles heeft rustig zijn ritme gevonden. En dan gaat Petra door haar rug. Vier dagen voor aankomst. De diagnose wordt telefonisch door de kustwacht van NL gedaan (hernia) wat later in het ziekenhuis bevestigd zal worden. Ze gaat plat en goed ook. Gelukkig heeft de Hartbeat een uitgebreid assortiment aan medicatie aan boord (een gemiddeld Afrikaan ziekenhuis kan er niet tegenop) waar ze dankbaar gebruik van maakt. Miek en Oscar nemen de verpleging (heel lief) op zich. We vervolgen de reis en komen voor aankomst nog in een heftige squall terecht. De wind komt van alle kanten en overvalt ons; het grootzeil scheurt (helaas). Het mag de pret niet drukken als we na 16 dagen eindeloze zee land zien. Op 11 december varen we Rodney Bay, de haven van St Lucia, binnen. Petra stommelt aan dek en na een slok van de champagne wordt ze met brancard en al afgevoerd richting het ziekenhuis van St Lucia. De Hartbeat beduusd achterlatend. Wat een ervaring! Ondanks rug kijken we terug op een geweldige vaart met vele leerzame en dierbare momenten. Volgend jaar weer dan maar?

Geen opmerkingen: