dinsdag 17 juni 2008

Weer even in Nederland

(zie de verhalen over Cambodja en Thailand hieronder)
Na een vlucht van 22 uur komen we redelijk vermoeid in Amsterdam aan. Net op tijd voor een huwelijk en het EK voetbal. We storten ons in de Oranje massa in de kroeg om Nederland te zien winnen van Italië. Het weekend erop volgt de zeilwedstrijd de Ronde van Noord Holland. Genoeg leuke dingen te doen.
De bouw van de boot wordt op de voet gevolgd en hopelijk kunnen we in juli weer uitvaren.

Thailand

Vanuit Siem Riep komen we in Bangkok aan en nemen een paar uur later meteen het vliegtuig richting Phuket, een eiland in het zuiden van Thailand. We geven ons over aan de toeristenoorden waar Thailand zo bekend om is. We vertrouwen op de Lonely Planet (ook wel de bijbel genoemd onder reizigers) en kiezen voor het niet al te toeristisch strand Karon om het meeste toeristengeweld achter ons te laten. We hebben een geweldig strand voor de deur met golven die soms zo heftig zijn dat je niet de zee in kunt. Het regent als we aankomen. De dag daarop klaart het op, we genieten van het strand en regelen een zeilboot om de week erop een week te gaan zeilen naar idyllische eilanden zoals Kho Pi Pi en ook Bond eiland ( jawel James Bond, waar welbekende opnames zijn gemaakt). Maar helaas, de cycloon die Myanmar treft geeft Phuket regenachtige dagen. We rusten uit, doen de was, zwemmen in de zee terwijl het regent en besluiten de zeilboot te annuleren. En ja de verhalen zijn waar; Phuket is erg toeristisch, heeft prachtige stranden, je kunt er geweldig eten (en vast ook uitgaan, wat we niet hebben gedaan), de zee is blauwer dan blauw kortom een geweldige plek om te vertoeven……… als het niet regent. Na vier dagen vertrekken we in een busje met 9 andere zonzoekers richting Koh Samui, een eiland aan de andere (Oost) kant van Thailand.
Phuket in de regen
Ko Samui
Vanuit de ferry zien we achter ons de donkere wolken over het vaste land en komen we met heerlijke zon aan in Ko Samui. En hoe kan het ook anders we checken in, in het Ko Samui Palm Beach Resort waar we tegen een goede prijs een huisje aan het strand regelen. Wat een heerlijkheid. Het complex heeft geweldige zwembaden en rust. Het bevalt zo goed dat we uiteindelijk hier 15 dagen blijven. We lezen, zwemmen, zeilen een dagje naar Ko Pagnan; een ander eiland. We huren nog een waterscooter en maken wat uitstapjes naar andere stranden en plekken op het eiland. Een daarvan in Chaweng een aaneenschakeling van strandtenten, lounge-gebeuren, backpaker-hotels en al wat je kunt bedenken wat goed is voor toeristen en waar de lokale bevolking geld aan kan verdienen. Vanuit een zandzitzak bekijken we “loungend” het voorbijtrekkende badgastenpubliek en voelen ons een vreemde eend in de bijt omdat we geen tatoo en/of piercing hebben. Het is wel een apart volk wat hier rondloopt; zelfs de oudjes onder de toeristen hebben tatoo’s en piercings; we horen er echt niet bij; ooaaahhh. We taxiën terug naar ons relaxte huisje met strand en verdiepen ons weer in het volgende boek. Oscar heeft het fitnesscentrum op het terrein ontdekt en kan weer eens lekker los gaan. Na 15 dagen gaan we op zoek naar onze volgende bestemming.

Ko Samui voor ons favoriete huisje Dagje zeilen vanuit Ko Samui Ko Tao

Boven Ko Samui liggen nog twee eilanden waarvan een Ko Tao is (in het verleden een pirateneiland). Koh Tao schijnt de plek voor het duiken te zijn. Voor ons een goede reden om er heen te gaan. Het blijkt vooral een backpackers gebeuren te zijn waar veel jongeren op af gaan; vooral om hun duikbrevet te halen. We verblijven in een prachtig duikresort (“far from the maddening crowd”) aan het einde van het strand met prachtige rotsformaties. We doen twee duiken en zien geweldig kleurrijk koraal en vissen maar helaas is de helderheid niet echt goed. We laten het bij de twee duiken en genieten de rest van de tijd van de prachtige omgeving. Op een dag huren we een “’longtail” boot om het nabije eiland Nang Yuan te bezoeken. Dit zijn drie eilanden die door een prachtig strand met elkaar verbonden zijn en waar je vanaf het strand geweldig kunt snorkelen. Dit was echt de moeite waard.
Ko Tao, meerdere mensen zoeken afkoeling

Bootje varen

Beetje snorkelen Ko Nang Yuan 3 eilanden door strand met elkaar verbonden

Walking on water?!

Bangkok

Na vele dagen zon zee en rust vliegen we vanaf Koh Samui weer terug naar Bangkok waar we de laatste 5 dagen door brengen. Wel bekend met het hotel genieten we wederom van de immense luxe van het Oriental hotel. Dit keer trekken we er wat meer op uit. Met een Bootje varen we over de rivier en door de grachten van Bangkok. Met verbazing aanschouwen we de fauna van zo’n grote stad; we zien enorme leguanen en vele vissen. Het water kan natuurlijk niet op tegen de Amsterdamse grachten maar dit is ook een gezellige boel; de kades worden opgevrolijkt door vele tempels waarvan we er twee bezoeken. Een ervan is de Wat Arun tempel welke met mozaïek versiert is van stukken aarde werken borden die vroeger als balast voor de schepen uit China werden gebruikt. De Wat Pho is bekend om zijn enorme gouden liggende Boedha die wel 45 meter lang is en 4 meter hoog. Na de tempels zien we het paleis. De goudbedekte tempels met diverse kleuren, zalen, draken, muurschilderingen, het kan allemaal niet op. Het wordt nog steeds gebuikt door de langst zittende koning Bhumibol (hij is 80 en zit al 60 jaar op de troon). Een gouden regel in Thailand is: zeg nooit iets negatiefs over de koning. Dat hij door velen geliefd is komen we de volgende dag achter als we na een dagje shoppen naar de film gaan in de hypermoderne megabioscoop in een van de vele super moderne giga “malls” (Vip kaartjes met luxe stoelen: natuurlijk met dekentje). Voordat de film begint wordt het volkslied gedraaid met een “spiffie” filmpje met de hele koninklijke familie in glossy uitvoering waarbij het bioscoop publiek (inclusief wijzelf) op staan en het Thaise volkslied mee zingt (?!). Iets voor Trots op Nederland?

Wat Pho gouden boedha Paleis in bangkok

Leuk danseresje

Na al het heerlijke Thaise eten besluiten uiteindelijk op de valreep een kijkje in de Thaise keuken te nemen en krijgen we een van de laatste dagen in Thailand kookles in het Oriental hotel. We horen van alles over groene curries, kokosnoten, kruiden, gebruik van pannen en nog veel meer. Na uitleg mogen we zelf koken en nog leuker: alles samen met onze klasgenoten opeten; echt super lekker!

Kookles

De laatste dag wordt gevuld met pakken (wat een spullen!) en we nemen afscheid van Azië. Drie maanden reizen vliegen voorbij; wat gaat dat snel ! Wat hebben we een hoop gezien en gedaan. Het geeft ons een ander perspectief op het leven en het geeft ons ook meer relativeringsvermogen. Zoals een van de vele mooie mensen, die we ontmoet hebben, vertelde: “er zijn vele verschillende windows of reality”. We hebben door vele “windows”gekeken en ze hebben zeker indruk op ons gemaakt. Het was geweldig!!!

Fijn zwembad

Cambodja

Op 30 april vliegen we voor een korte vlucht vanuit Bankok naar de hoofdstad van Cambodja: Phnom Penh. We wisten niet echt wat ons te wachten stond maar de stad en ons hotel vallen ons alleszins mee. Phnom Penh is een redelijke rustige nette en gezellige stad. Nadat we een beetje geacclimatiseerd zijn besluiten we meteen maar geconfronteerd te worden met datgene waar eigenlijk iedere toerist in Cambodja niet omheen kan: de gruwelijkheden van Pol Pot en zijn Rode Khmer. Tussen 1975 en 1979 zijn gedurende zijn regime ca. 3 miljoen Cambodjanen vermoord. Op een bevolking destijds van ca. 12 miljoen betekent dit dat 1 op de 4 Cambodjanen vermoord zijn. Terwijl Nederland Koninginnedag viert gaan wij naar de beruchte Tuol Sleng gevangenis, een tot gevangenis verbouwde school midden in de stad. Op een bordje staat in het Engels dat we stil moeten zijn. Dat is niet nodig; met een aantal andere toeristen zijn we er stil van wat daar allemaal gebeurd is en worden we geconfronteerd met gruwelijkheden……..Ergens op een muur staat door een toerist in het Engels gekrast; “We didn´t learn anything from history and I can know because I am German”. Dat zegt eigenlijk genoeg. Vervolgens rijden we naar de Killing Fields waar in een tempelmonument de schedels van vermoorde mensen staan opgestapeld en we wandelen tussen de kuilen die destijds als massagraven hebben gediend……….. Best wel heftig allemaal maar als je in Cambodja bent moet je dit gewoon gezien hebben. Het is een litteken wat iedere Cambodjaan vandaag de dag nog met zich meedraagt; het is ook nog maar zo kort geleden. De komende dagen gaan we in ieder geval andere en hopelijk wat leukere dingen doen!
Herdenkingstempel Killing Fields
De volgende dag bezoeken we het prachtige paleis in de stad aan de rivier en ook het nationale museum waar een groot aantal beelden en parafernalia uit Angkor Wat staan tentoongesteld. Het paleis is prachtig met een zilveren pagode en prachtige gebouwen. Zelfs Pol Pot durfde dit niet te slopen; gelukkig maar. We wandelen langs de rivier, een zijtak van de Mekong, en lunchen en dineren daar.
Het paleis in Phnom Penh
Het museum in Phnom Penh

De volgende dag rijden met chauffeur en gids richting Siem Reap naar het Noorden om Angkor Wat te bezoeken. Het is een lange maar leuke tocht. We stoppen bij een marktje waar de plaatselijke bevolking gefrituurde sprinkhanen en gebakken spinnen kan kopen om te eten (!) het geldt hier als een lekkernij. Oscar overweegt nog om een sprinkhaantje te verorberen maar hij doet het toch maar niet. Onderweg, passerend langs een dorp zegt onze gids plotseling dat Pol Pot daar geboren is en hij lacht erbij; verbaasd kijken wij elkaar aan. Voor Cambodjanen is lachen ook een manier om schaamte of ongemak te verbergen. Later vertelt hij ons dat hij zijn vader en broer en 9 andere familieleden tijdens het Pol Pot regime heeft verloren……. Voordat we in Angkor Wat zijn bezoeken we onderweg ook nog een tempel ruïnecomplex in het oerwoud die deels verwoest is door Amerikaanse bombardementen (?!!) in de Vietnam oorlog en waar veel gevochten is en ook een 1000 jaar oude brug uit de echte Khmer tijd die tot voor kort door al het verkeer nog gebruikt werd omdat de constructie nagenoeg onverwoestbaar was.

Sprinkhanen en spinnen om te eten (volgens een liefhebber smaken ze naar gebakken kip)

Angkor Wat

In Siem Reap aangekomen genieten we van het hotel en het heerlijke eten. De volgende dag huren we fietsen om naar het tempelcomplex te fietsen. “Dat valt effe tegen; wat een end in de hitte!”. We besluiten in het vervolg maar alles te doen met een tuc tuc. Eenmaal bezweet aangekomen zijn we enorm onder de indruk van deze tempels. Wat een gigantische bouwwerken! en wat een pracht en praal. We wisten wel dat het groot zou zijn; maar dit hadden we niet verwacht. Het is niet alleen Angkor Wat wat zo indrukwekkend is; maar vooral ook alles er omheen zoals Ankor Thom e.d. Het gebied is zo groot dat je vervoer en meerdere dagen ervoor nodig hebt. De komende twee dagen zien we niets anders dan het ene grote bouwwerk na het andere. Sommige tempels zijn heel fijn met prachtig beeldhouwwerk, sommige zijn gigantisch en van megalomane omvang. Er zijn ook tempels die overwoekerd zijn door eeuwenoude bomen waarvan de gigantische wortels overal doorheen groeien; echt waanzinnig! Eigenlijk is er onze Westerse wereld maar weinig bekend over dit Hindoeïstische en Boedistische megacomplex. Hieronder een kleine impressie:

maandag 28 april 2008

Even Bangkok

Op 25 april komen we aan in Bangkok: hier blijven we 5 dagen om bij te komen om daarna door te reizen naar Cambodja. Na de Andaman eilanden en vooral de “rollercoaster” reis door India ervaren we direct dat in Thailand alles wel werkt en dat hier alles schoon is en veel meer servicegericht. Wat een verademing is het als we aankomen in ons hotel The Oriental: volgens de Lonley Planet een van de meeste luxe hotels ter wereld; en dat klopt ! We baden ons in luxe, eten de meest exquise gerechten en laten ons volledig in de watten leggen. Gewassen, geknipt, geschoren, gepiducuurd, gemanicuurd en gemasseerd vieren we de verjaardag van Petra ! Oscar moet nog even andere schoenen kopen en een linnen pak laten maken voor het sjieke restaurant waar we ter gelegenheid van de verjaardag van Petra heerlijk dineren. Op de bovenste verdieping van het hotel met uitzicht over de rivier, het is net een sprookje, genieten we van de verjaardag van Petra en van onze reis.

Hot hot India!

New Delhi, 17 april 2007
We komen ‘s ochtends vroeg aan in het land waar de koe heilig is (en nog steeds midden op straat loopt) en de mensen nee schudden en ja zeggen (en soms weer nee bedoelen) als je wat vraagt. Een land van meer dan een miljard mensen, met een enorm verschil tussen rijk en arm. Met een geweldige geschiedenis en met vele geloven (hindoe, moslim, boedisme, jodendom, chistendom, jainisme, e.d.). Al zijn we 8 jaar geleden in India geweest; we krijgen toch een cultuur shock. Delhi is een stad met meer dan 15 miljoen mensen waarvan 1/3 op straat woont (weer of geen weer). Als we aankomen is het rond 35 graden. De armoede, hitte, drukte en vuiligheid overvallen ons. Alles lijkt wel vies! Door de groeiende economie hadden we verwacht dat alles wel verbeterd zou zijn maar op straat lijkt het wel erger geworden. Het verschil tussen arm en rijk lijkt groter geworden. Buitenlanders krijgen speciale tarieven wat bij de culturele bezienswaardigheden duidelijk staat aangegeven (soms 20x zoveel ) maar bij taxi’s en tuktuk natuurlijk niet (wat soms resulteert in irritante en eindeloze onderhandelingen teweeg brengt). We besluiten van hotel te veranderen (eentje waar de lucht van verbrand afval niet door de airco naar binnen komt) en zoeken de koeling op van een van de meest luxeuze hotels in India (The Imperial). We besluiten ook om de oplichterij (je wordt soms genaaid waar je bij staat !) maar als ontwikkelingshulp op de koop toe te nemen; het gaat meestal maar om een paar roepies (we noemen het geld ook wel floepies of schompies). Er zijn natuurlijk ook vele vriendelijke en lieve mensen. We hebben vier dagen en banen ons een weg door de mensen massa’s. We bezoeken het prachtige rode fort, de grooste moskee van India (wat weer op het fort uitkijkt), hindoe temples (net tijdens een avonddienst waar iedereen met bloemen naar toe ging) de graftombes van Mumayun (een oase van rust uit het mughal tijdperk rond 1600) en natuurlijk het Ghandi Memorial. We eten “naan” (soort pizza brood zonder beleg) curries en rijst. We struinen door de oude straatjes waar vele hun zaakjes en diensten aan je proberen te slijten (tot ergenis; zelfs als je de weg vraagt wil men nog iets aan je verdienen). Alles is een belevenis. Het is een aaneenschakeling van vele indrukken; sommige wat minder fraai, sommige mooi en kleurig. Als we Delhi verlaten zijn we inmiddels gewend en alweer blij met alle dingen die we gezien en meegemaakt hebben. Onze magen houden het nog en we voelen ons goed.

De grootste Moskee van India Lotus Tempel Graftombes van Mumayun

Midden India

We vertekken met de trein richting Orchha; een klein en rustig plaatsje zuid oost van Delhi. Het lijkt alsof de tijd er heeft stil gestaan. Ooit was het de hoodstad van het Bundela Rajas rijk (circa 1500 tot 1783). In het begin van 1600 werd er het Jhansi fort gebouwd. Wij slapen in het Palace van het fort (wat nu een hotel is) in een hilarische kamer. De gedateerde draperiëen hangen er nog. We huren fietsen en bezoeken de oude tempels en de rest van het fort, welke beide nog indrukwekkende schilderingen hebben met oude taferelen (zoals de intocht van het Engelse leger en een olifant die getekend is dmv vrouwen lichamen). Van het dak van het fort hebben we een wijds uitzicht over het hele gebied. De rivier die langs Orcha stroomt, de bomen die in bloei staan met rode bloemen en de vele tempels kleuren het landschap. In het dorp wordt Happy Holi gevierd (begin van de Lente) een feest waarbij iedereen elkaar met kleuren insmeerd, besproeid en begooid. Oscar krijgt ook nog een lading, zijn broek krijgt een groene print die hem nog weken zal achtervolgen.

Het fort in Orchha Het centrum van Orchha Happy Holi
De Graftempels bij de River in Orchha
Vanuit Orchha vertrekken we naar Khajuraho een plek die bekend staat om zijn tempels (van rond 1050) met erotische taferelen en scenes (oftewel Kama Sutra). Het wordt aangeraden om de afgebeelde standjes niet in praktijk te brengen tenzij je yoga beoefenaar bent anders kon je wel eens in het ziekenhuis belanden! Het is een merkwaardig en grappig stel tempels met voorstelingen en afbeeldingen die je fantasie te boven gaan en voor kinderogen niet geschikt zijn (tenzij je de mondelinge sexuele voorlichting wilt overslaan). ‘s Avonds bezoeken we “the sound en light show” wat ons het hele verhaal van de historie vertelt (maar voor de helft onverstaanbaar is) en een dansshow met alle verschillende dansvormen en klederdrachten in India (met o.a. zijde gouden sari’s).
Khajuraho tempel dichtbij
Khajuraho tempel veraf
Na Khajuraho vertekken we over hobbelige wegen (goddank hebben we op dat moment een goede auto met chauffeur) naar de natuurparken Bandhavgarh en Kahna. Een heerlijke afwisseling na de drukte en viezigheid van sommige steden die we inmiddels hebben bezocht. We genieten van de enorme ruimte, schoonheid, rust en natuur. Met de jeep trekken we de parken in en zien “black face” apen, pauwen, herten, ijsvogels, wilde zwijnen en TIJGERS!!! Wat een geluk, de tweede tocht die we ondernemen is geweldig. De gids hoort aan het onrustige geluid van de apen dat er wat aan de hand is, scheurt naar de plek toe, ziet dat de tijger naar een ander gebied vertrokken is, racet naar een meertje en wacht. En dan als we rustig de heuvel af turen komt de keizer(in) van het dierenrijk heel rustig naar beneden lopen met drie jonkies achter haar aan. Ontroerend mooi. We blijven er wel een uur gehypnotiseerd naar kijken: hoe ze gaan liggen, hoe de moeder een vogel aanvalt, op staan en weer weg lopen en de vele toeristen, met soms camera’s zo groot als een bazzuca, achter zich laten. Tijdens de laatste tocht zien we weer een andere tijger; ons geluk kan niet op. Uiteindelijk hebben we drie keer tijgers gezien ! Achteraf blijkt dat vele andere toeristen dit geluk niet hebben gehad en vaak toch gefrustreerd een natuur park uitkomen omdat ze geen tijger hebben gezien (het is soms ook wel zoeken naar de bekende speld in de hooiberg). Blijkbaar hebben we een goed ‘karma’ met de tijger en de natuur gehad zoals de Indiër zou zeggen. De trein neemt ons vervolgens nog meer naar het Zuiden naar de tempel grotten van Ajanta en Ellora. Het zijn fantastische en gigantische bouwerken die uit de rotsen zijn gehouwen. Sommige zijn vergelijkbaar mooi met de stad Petra in Jordanië. De grotten en tempels, sommige zijn 200 voor Christus gebouwd, zijn Boedistisch, Hindoeistisch en Jainistisch. We krijgen interessante rondleidingen die ons alles vertellen over bouwstijl (ook nog invloeden van de Romeinen en Grieken), tekeningen, kleuren, en de religieuze verhalen. We zijn imiddels dwars door India getrokken en gaan verder richting het zuiden.
Tempel in Allora
Binnen in de tempel in Allora
Zuid India
In het zuiden bezoeken we Aurangabad en Hyderabad (70% moslim waarvan de vrouwen in zwarte burka’s lopen), Hampi en Mysore. We zien grote forten waaronder het Golconda fort en het fort van Aurangabad. In het laatste fort laat een van de bewakers de sluiproute naar de top zien (in het donker met fakkel) en vertelt hoe de vijand misleid werd door de gangen, onthoofd werd en met heet water overgoten. We kunnen ons er een levendige voorstelling van maken zeker als hij de fakkel plotseling uitblaast en de vleermuizen over ons hoofd vliegen. We eten en/of wandelen door de vele paleizen die de overheersers hebben achtergelaten (allen verwaarloosd) met opgezette leeuwen en tijgers, muurschilderingen van overwinningen en bedienden met tulbanden. Een van de vele tempels is de grootste Hara Krishna tempel van het land; we wanen ons toch echt weer even op de Dam. We zien in de paleizen en musea de oude foto’s met prinsen en prinsessen, strak aangekleed behangen met sieraden, en met Engelsen (type: “stiff upper lip”) die de verhalen vertellen van een koloniaal verleden. We bezoeken een kerk (met een gesluierde Maria) en een moskee met de jas van Mohammed (die een keer per jaar getoond word en waar duizenden mensen naar komen kijken).

Colconda fort Hyderabad

In Hampi zien we de resten van het 15de eeuwse Vijayanagar rijk. Ooit zo rijk als Rome en in 1565 bijna totaal verwoest. De resten van prachtige paleizen en tempels en ook indrukwekkende olifantenstallen beslaan een ernorm gebied wat rijk is aan veel groen, een rivier en grote rotsen, keien en verdwaalde “ik ben opzoek naar mezelf” toeristen (Hampi staat ook bekend om een hippie kolonie). Oscar wordt gezegend door een olifant in een hindoe tempel en na veel gewandel in de bloedhete zon relaxen we in het befaamde restaurant “ The Mango Tree” idylisch gelegen bij het water met een fantastisch uitzicht . Genietend van een currietje en een vers mangosapje denken we: wat is het leven toch mooi! Als laatste stad bezoeken we Mysore, een oase van groen en met een hotel wat een voormalige flim studio is geweest. Een paleis gebouwd in 1912 (het oude was verbrand) met werkelijk een overdaad aan pracht en praal. Een grote suikerspin van kleuren en materialen (alleen Mickey Mouse ontbrak). We zien hoe zijde wordt gemaakt (en kopen niets, we hebben genoeg). We overnachten vervolgens in Bangalore (IT stad nummer 1 van India, redelijk schoon en best wel gezellig) waar we het vliegtuig nemen naar Kolkata (Calcutta).

Een van de vele tempels in Hampi

Calcutta

Een immense stad met ca 18 miljoen inwoners. Het is er erg warm en zoals in de meeste steden is het er vuil en zijn er de vele bedelaars. Maar het is toch minder erg dan we hadden verwacht. Je ziet natuurlijk maar een klein deel van zo’n stad dus je indrukken zijn altijd enigszins vertekend. Calcutta ligt in de deelstaat West Bengal en grenst aan Bangladesh. De Bengali is een ander volk met hun eigen taal en dat merken we direct. Ze zijn vriendelijker dan de hindoes in bijv. Delhi die opdringiger waren en overduidelijk uit zijn op je geld. De stad en de mensen bevallen ons meteen. Ondanks de enorme drukte en gekkigheid kun je heerlijk toeven in deze stad. Als laatste stad heeft Calcutta nog de ouderwetse riksjas die door mannen worden voortgetrokken. We zijn verbaasd om dit te zien; de meeste lopen zelfs de riksja te trekken op hun blote voeten op het gloeiende asfalt. We besluiten om zo’n riksja niet te nemen. Dan maar de krakkemikkige ‘Ambassador’ taxies of gewoon lopen. We wandelen veel door de straten met vele (verwaarloosde) gebouwen uit de Engelse tijd. In sommige straten is het net alsof je door een heet en vervallen Londen met te veel vreemde mensen loopt. Victoria’s Memorial is een indrukwekkend en prachtig gebouw in een park (een soort Hyde Park) midden in de stad. Het is opgedragen aan het zeventig jaar regeren van Queen Victoria, ‘Emperess of India’ in de tweede helft van de 19e eeuw: de hoogtijdagen van ‘The British Empire’. In tegenstelling tot de meeste andere steden is dit wel de stad waar je echt de aanwezigheid nog van de Engelsen van destijds ervaart. Kerken, een oude begraafplaats, het Postkantoor, de ‘High Court’ etc. Sommige gebouwen zijn enigszins gerestaurteerd, de meeste staan letterlijk op instorten.

Markt in Calcutta Victoria's Memorial

De Andaman eilanden

Op 16 april zijn we vanuit Calcutta naar Port Blair, de hoofdstad van de Andaman eilanden, gevlogen. De Andaman eilanden liggen ca. 1000 km ten Zuid Westen van India en zijn enigszins vergelijkbaar met de Malediven maar dan minder toeristisch. Bij aankomst zijn we al aangenaam verast door de relaxte sfeer en het aangename klimaat. Na de hectiek van Calcutta is de ruimte, de zon en de frisse lucht een verademing ! We hebben een goed hotel geregeld met uitzicht over de baai en regelen direct een bootticket naar het magische eiland Havelock, waar we over gelezen hebben dat dat echt de ‘place to be’ is. We blijven 2 nachten in Port Blair en gaan lekker naar het strand en bezoeken een oude gevangenis die eind 19e eeuw door de Britten is gebouwd om voornamelijk politieke gevangenen naar te verbannen. Het gebouw doet nu dienst als een soort vrijheids-en onafhankelijkheidssymbool van India. Er is een complete foto tentoonstelling over de Britten en het onafhankelijkheidsproces (Ghandi) van India. Best interessant allemaal, maar eigenlijk willen we gewoon met onze ‘but’ in het zand liggen slurpend aan een open ‘gechopte’ kokosnoot. En dat is ook precies wat we gaan doen !! Tempels, musea, forten, gebouwen, koloniale geschiedenis, natuurparken, tijgers: we hebben het allemaal gezien: ‘seen it, did it, done it’. Maar nu is het tijd voor ‘something completely different’! De ferry naar Havelock is natuurlijk een oude roestbak en we zijn zo’n beetje de enige Westerlingen aan boord; dat ziet er dus goed uit. Na 4 uur varen en door elkaar geschud te zijn komen we eindelijk aan in het paradijs. En het is echt een paradijs ! Hagelwitte stranden, een regenwoud tot aan de kust met palmbomen, idylische taferelen met visserbootjes en lieve mensen. Het is allemaal onbeschrijfelijk mooi en we genieten intens. Ons verblijf is in The Wild Orchid (what’s in the name?) en we hebben een romantisch hutje vlakbij het strand. Na een paar dagen verhuizen we naar het naastgelegen resort ‘ The Emerald Gecco’ waar we echt een geweldige hut pal aan het strand hebben. Alles is van bamboe en staat op palen. Als je ‘s avonds een douche neemt kijk je naar de volle maan; je ziet de zee en hoort de branding in je slaap. Alles is half in de buitenlucht (het bed heeft gelukkig een goede klamboe). We zijn intens gelukkig met de keuze van dit verblijf en het eiland en we beseffen ons wat een vrijheid en rijkdom we eigenlijk hebben om dit allemaal te kunnen doen. Na zo’n trip door India, wat letterlijk af en toe een ‘rollercoaster’ was, geeft het ons ook een gevoel van dankbaarheid. Wat een rust en wat een ruimte: we hebben na al die jaren reizen best wel wat gezien in de wereld maar dit vinden we toch wel een van de mooiste plekjes die we ooit hebben gezien (als je tenminste van zon, strand en zee houdt). Het is nog niet verpest door massa toerisme en alles is ‘low profile’; de hutjes voor de toeristen kosten echt een schijntje (sommige $20 of minder). We vermoeden wel dat dit alles, zoals dat zo vaak met dit soort dingen gaat, in de toekomst zal veranderen. We huren een scooter om het eiland te verkennen en scheuren als twee vrolijke opgeschoten tieners met rare bouwhelmpjes op over het eiland. Het ene strand is nog mooier en stiller dan het andere; we genieten van de desolate plekjes en maken een trektocht naar een strand door het oerwoud en door een mangrove moeras (alleen met laag water te bewandelen; we waren gelukkig gewaarschuwd). Navraag bij de lokale bevolking leert ons dat de Tsunami van destijds weinig schade heeft berokkend en geen doden heeft geëist. Op de veel zuidelijker gelegen, en voor toeristen niet toegankelijke, Nicobar eilanden daarentegen is ongeveer de helft van de bevolking (ca. 30.000 mensen) en de helft van het hoofdeiland weggevaagd. De onderwaterwereld van Havelock is minstens net zo mooi als daarboven. We treffen een goed geëquipeerde duikschool aan waar we een aantal duiken mee doen. Petra wordt, vanwege haar rug, zeer goed begeleid door een Canadese (met Hollandse ouders) duikinstructrice. Alles gaat goed en het is prachtig. Oftewel: een groot en ongeschonden acquarium met prachtig koraal en de meest uiteenlopende soorten vissen; te veel om op te noemen. Vermeldenswaardig is in ieder geval de grote rog en de enorme zeebaars die we hebben gezien en ook de van kleur veranderende octopussen. We zijn ook nog naar een olifantentrainingskamp (leuk woord voor scrabble?) in het oerwoud geweest. Hier worden olifanten gehouden die als een soort tractor dienen voor onbegaanbare gebieden (en die zijn er genoeg). Na wat bananen aan deze imposante en enigszins droevig kijkende dieren te hebben gevoerd, tuffen we verder op onze scooter naar een lagune om lekker te snorkelen. Na 8 dagen paradijs op deze sprookjeseilanden vertrekken we in de regen (de eerste echte regenbui die we sinds tijden meemaken), alsof het zo moet zijn, weer per boot en vliegtuig richting Calcutta om naar Bangkok te vliegen. Onderweg worden we vergezeld door een aantal vriendelijke Denen en twee Engelse dames die we eerder op het eiland hebben ontmoet.
Hutje Lekker strandje
Op reis ontmoet je de meest uiteenlopende en aparte types op zo’n reis. Ieder heeft zo z’n verhaal en alle verhalen zijn boeiend. Zo denken we met plezier terug aan de door ons vernoemde ‘Dame Edna’ (oftewel Mrs Slocombe van “Are you being served” ) de 78 jarige eigenaresse met geweldige bril van het Fair Lawn hotel in Calcutta. Deze Armeens/ Engelse dame blijft liever haar hotel runnen, wat echt een ontmoetingsplaats in Calcutta is, dan in een bejaardenhuis in Engeland te gaan zitten. Of de Chileen die we ontmoetten in het Moeder Theresa huis die de halve wereld over reisde om vrijwilligerswerk in India te doen. Vervolgens kwam hij er achter dat er ook een moeder Theresa huis in Santiago in Chili is; 3 straten van zijn huis! Of de twee eeuwig bierdrinkende Engselse gasten die we in het Kana park onmoetten met wie we het ‘Tiger team” vormden. De een was loodgieter en verzorgde z’n moeder in Engeland; de ander was net gescheiden en herstellende van een gebroken rug. Wat hebben we gelachen met die gasten. En ook de twee Duitse students die het voor elkaar kregen om met twee Noorse meisjes in een riksja (tuc tuc) om te slaan: dus van het talud over de kop. Gelukkig hebben ze het overleefd. Ze reisden low budget en we hebben ze op een gastronomische maaltijd getrakteerd. Of de Mexicaan die we ontmoetten in het Sundabanspark: professor bioloog in de visserijkunde (of zoiets). De vriendelijke Indiaase Jain famile met wie we spelletjes op de boot hebben gedaan en over economie en politiek hebben gepraat. De twee Duitse gepensioneerde arsten (chirurgen) die over de hele wereld in ziekenhuizen vrijwillige operaties e.d. doen (momenteel in India). En tenslotte (en er waren er natuurlijk veel meer mensen) de Tjechische filmacteur die met zijn vriendje, een Amerikaanse consul reisde en na India binnenkort in Paraguay gestationeerd zal worden. Al met al was India een geweldige ervaring. Het is een land met zoveel contradicties, zoveel mensen, geloven, rijkdom/armoede, geschiedenis maar ook met een toekomst. Het pakt je, het ontroert je maar het kan ook je neus uit komen. Het is boeiend, vermoeiend en heet. Het laat je beseffen dat je leeft; dat je tevreden en gelukkig kan zijn met wat je hebt. We kijken er met heel veel plezier op terug. Het heeft ons dichter bij elkaar gebracht, onze blik en geest verruimd. We zijn heel dankbaar met wat we hebben. We gaan nu naar Thailand en Cambodja; wordt vervolgd………………….

zaterdag 5 april 2008

Jordanië

Jarash
Petra in Petra
Petra
Wadi Rum
Na een prima vlucht komen we ‘s avonds laat aan in de hoofdstad van Jordanië, Amman. De volgende dag worden we vroeg opgehaald door chauffeur (Akram) met auto die ons de hele reis van Jordanië zal rondrijden. We bezoeken eerst Um Quai een oude romeinse plek die geheel is overwoekerd en we zien eeuwen oude graftombes (eentje met een stenen nog werkende deur). We horen van de gids de verhalen over de oorlog, de bewoners en de wonderen van Christus (die hier in de beurt een gek van zijn demomen verloste). Ook staan we voor de Golan hoogvlakte die Israël op Syrië heeft veroverd in de zesdaags oorlog. Vervolgens rijden we naar Jarash. Deze Romeinse stad waar nog heel wat van over is, is echt overweldigend. De stadpoort is hersteld en je loopt via de oude winkelstraat waar de karrrensporen en putdeksels nog van te aanschouwen zijn naar tempel, badhuis, theater, woonhuizen en nog veel meer. We kunnen ons helemaal voorstellen hoe het tweeduizend jaar geleden er aan toe moet zijn gegaan. De gids laat zien hoe de bouwwerken in elkaar zitten en hoe de pilaren gebouwd werden (hoe ze nog steeds bewegen, de onderdelen staan los op elkaar). We zien prachtig mozaïek op de overgebleven vloeren met dierenprinten, teksten e.d. In het theater worden we getrakteerd op een doedelzak optreden van gepensioneerde legersoldaten die dit muziekgebeuren ooit van de Engelsen leerde. De akoestiek is geweldig.
Na een dagje Romeinse nederzettingen vertrekken we richting het zuiden en rijden naar Madaba. Deze plek heeft heel wat (christelijke) kerken. We bezoeken de St George kerk met een mozaïek van het beloofde land (Jerusalem), vele ikonen en muurschilderingen. Een bezoek aan Mount Nebu (daar waar Mozes het beloofde land zag) geeft nog een christelijke tintje aan de dag. Religieus geïntreseerden kunnen echt hun hart ophalen in een land als Jordanië. We reizen verder naar de dode zee waar je echt in kunt blijven drijven. Het water is zo zout (laat het vooral niet in je ogen komen, wat natuurlijk wel gebeurde) dat erin onderdompelen niet lukt. Het water druk je naar boven, we worden er lacherig van. De dag sluiten we af met een bezoek aan het fort van Karak. Gelegen op een berg met nog ondergrondse gangen en kerkers.
En dan de derde dag daar waar we voor kwamen de Stad Petra. Wat een stad. (het is trouwens wel raar om overal je naam te zien; Petra Turkish Bath, Petra gift shop e.d.; en we slapen natuurlijk in het Petra Palace Hotel). Na een tocht van ongeveer 3 km door een klif in de rotsen komen we bij het eerste in een stuk uitgehouwen paleis (Treasury) uit. Dit wordt gevolgd door een heel gebied van in rots uitgehouwen graven, een theater, tempels, nog een Romeinse winkelstraat e.d. Teveel om op te noemen. Het hele gebied bestaat uit kleurrijk gebergte en rosten. We nemen er twee dagen voor en horen alles over de geschiedenis (o.a. het watersysteem) en het volk wat hier leefde (Nabetaniërs). De uitzichten op de toppen van de bergen (we lopen de blaren op onze voeten) zijn prachtig. Het schijnt dat nog 80% van de overblijfselen zich onder de grond bevindt.
Na Petra bezoeken we het woestijngebied Wadi Rum in het zuiden en overnachten we in een waar tenten kamp (we waren helemaal alleen). Na aankomst doen we een jeepsafari. Wadi Rum is een woestijn gebied wat door de bedoeïenen wordt bewoond. Het landschap kenmerkt zich door de vele rotsen. We sjezen door het zand. Het klinkt heel simpel maar het is echt heel leuk. Je wordt gratis gezandstraalt, bent na drie zijslagen al de weg kwijt en je valt van het ene indrukwekkende landschap in het andere. We genieten van de zonondergang die het landschap prachtige kleuren geeft. Bij terugkomst worden we door Akram en het kampvuur opgewacht. We eten humus en salades en worden vergezeld door een 6 tal bedoeïenen die er vrolijk op los discussiëren (""we praten zo hard omdat we geen buren hebben"). Wat een mooi volk; ze hebben alle pret en leggen ons uit dat ze het over de weg in de woestijn hebben, alle bergen en rotsen hebben een naam en op basis van de sterren vinden ze de weg. ("You can go in the desert but you can’t come out..." hi, hi ,hi) Door de wolken zien we wat sterren maar we moeten even wachten op de beloofde sterrenhemel van de woestijn. Die zien we pas om drie uur als we van de kou niet kunnen slapen en een stel extra dekens pakken uit de andere tenten. Adembenemend, zoals beloofd!
Jordanië sluiten we af met een paar dagen in Aqaba. Oscar neemt nog een duikje (samen met de lokale duikinstructeur) en geniet van een wrak en koraalriffen. We bezoeken het strand op vrijdag, de vrije dag van Jordanië. (geen vrouw die zwemt?! en allemaal gesluierd). We genieten nog wat van het hotel, het heerlijke eten en lachen nog wat met Akram. Na 8 heerlijke dagen nemen we het vliegtuig naar India.