New Delhi, 17 april 2007
We komen ‘s ochtends vroeg aan in het land waar de koe heilig is (en nog steeds midden op straat loopt) en de mensen nee schudden en ja zeggen (en soms weer nee bedoelen) als je wat vraagt. Een land van meer dan een miljard mensen, met een enorm verschil tussen rijk en arm. Met een geweldige geschiedenis en met vele geloven (hindoe, moslim, boedisme, jodendom, chistendom, jainisme, e.d.). Al zijn we 8 jaar geleden in India geweest; we krijgen toch een cultuur shock. Delhi is een stad met meer dan 15 miljoen mensen waarvan 1/3 op straat woont (weer of geen weer). Als we aankomen is het rond 35 graden. De armoede, hitte, drukte en vuiligheid overvallen ons. Alles lijkt wel vies! Door de groeiende economie hadden we verwacht dat alles wel verbeterd zou zijn maar op straat lijkt het wel erger geworden. Het verschil tussen arm en rijk lijkt groter geworden. Buitenlanders krijgen speciale tarieven wat bij de culturele bezienswaardigheden duidelijk staat aangegeven (soms 20x zoveel ) maar bij taxi’s en tuktuk natuurlijk niet (wat soms resulteert in irritante en eindeloze onderhandelingen teweeg brengt).
We besluiten van hotel te veranderen (eentje waar de lucht van verbrand afval niet door de airco naar binnen komt) en zoeken de koeling op van een van de meest luxeuze hotels in India (The Imperial). We besluiten ook om de oplichterij (je wordt soms genaaid waar je bij staat !) maar als ontwikkelingshulp op de koop toe te nemen; het gaat meestal maar om een paar roepies (we noemen het geld ook wel floepies of schompies). Er zijn natuurlijk ook vele vriendelijke en lieve mensen.
We hebben vier dagen en banen ons een weg door de mensen massa’s. We bezoeken het prachtige rode fort, de grooste moskee van India (wat weer op het fort uitkijkt), hindoe temples (net tijdens een avonddienst waar iedereen met bloemen naar toe ging) de graftombes van Mumayun (een oase van rust uit het mughal tijdperk rond 1600) en natuurlijk het Ghandi Memorial. We eten “naan” (soort pizza brood zonder beleg) curries en rijst. We struinen door de oude straatjes waar vele hun zaakjes en diensten aan je proberen te slijten (tot ergenis; zelfs als je de weg vraagt wil men nog iets aan je verdienen). Alles is een belevenis. Het is een aaneenschakeling van vele indrukken; sommige wat minder fraai, sommige mooi en kleurig.
Als we Delhi verlaten zijn we inmiddels gewend en alweer blij met alle dingen die we gezien en meegemaakt hebben. Onze magen houden het nog en we voelen ons goed.
De grootste Moskee van India
Lotus Tempel
Graftombes van Mumayun
Midden India
We vertekken met de trein richting Orchha; een klein en rustig plaatsje zuid oost van Delhi. Het lijkt alsof de tijd er heeft stil gestaan. Ooit was het de hoodstad van het Bundela Rajas rijk (circa 1500 tot 1783). In het begin van 1600 werd er het Jhansi fort gebouwd. Wij slapen in het Palace van het fort (wat nu een hotel is) in een hilarische kamer. De gedateerde draperiëen hangen er nog. We huren fietsen en bezoeken de oude tempels en de rest van het fort, welke beide nog indrukwekkende schilderingen hebben met oude taferelen (zoals de intocht van het Engelse leger en een olifant die getekend is dmv vrouwen lichamen). Van het dak van het fort hebben we een wijds uitzicht over het hele gebied. De rivier die langs Orcha stroomt, de bomen die in bloei staan met rode bloemen en de vele tempels kleuren het landschap. In het dorp wordt Happy Holi gevierd (begin van de Lente) een feest waarbij iedereen elkaar met kleuren insmeerd, besproeid en begooid. Oscar krijgt ook nog een lading, zijn broek krijgt een groene print die hem nog weken zal achtervolgen.

Het fort in Orchha

Het centrum van Orchha

Happy Holi

De Graftempels bij de River in Orchha
Vanuit Orchha vertrekken we naar Khajuraho een plek die bekend staat om zijn tempels (van rond 1050) met erotische taferelen en scenes (oftewel Kama Sutra). Het wordt aangeraden om de afgebeelde standjes niet in praktijk te brengen tenzij je yoga beoefenaar bent anders kon je wel eens in het ziekenhuis belanden! Het is een merkwaardig en grappig stel tempels met voorstelingen en afbeeldingen die je fantasie te boven gaan en voor kinderogen niet geschikt zijn (tenzij je de mondelinge sexuele voorlichting wilt overslaan). ‘s Avonds bezoeken we “the sound en light show” wat ons het hele verhaal van de historie vertelt (maar voor de helft onverstaanbaar is) en een dansshow met alle verschillende dansvormen en klederdrachten in India (met o.a. zijde gouden sari’s).

Khajuraho tempel dichtbij

Khajuraho tempel veraf
Na Khajuraho vertekken we over hobbelige wegen (goddank hebben we op dat moment een goede auto met chauffeur) naar de natuurparken Bandhavgarh en Kahna. Een heerlijke afwisseling na de drukte en viezigheid van sommige steden die we inmiddels hebben bezocht. We genieten van de enorme ruimte, schoonheid, rust en natuur. Met de jeep trekken we de parken in en zien “black face” apen, pauwen, herten, ijsvogels, wilde zwijnen en TIJGERS!!! Wat een geluk, de tweede tocht die we ondernemen is geweldig. De gids hoort aan het onrustige geluid van de apen dat er wat aan de hand is, scheurt naar de plek toe, ziet dat de tijger naar een ander gebied vertrokken is, racet naar een meertje en wacht. En dan als we rustig de heuvel af turen komt de keizer(in) van het dierenrijk heel rustig naar beneden lopen met drie jonkies achter haar aan. Ontroerend mooi. We blijven er wel een uur gehypnotiseerd naar kijken: hoe ze gaan liggen, hoe de moeder een vogel aanvalt, op staan en weer weg lopen en de vele toeristen, met soms camera’s zo groot als een bazzuca, achter zich laten. Tijdens de laatste tocht zien we weer een andere tijger; ons geluk kan niet op. Uiteindelijk hebben we drie keer tijgers gezien ! Achteraf blijkt dat vele andere toeristen dit geluk niet hebben gehad en vaak toch gefrustreerd een natuur park uitkomen omdat ze geen tijger hebben gezien (het is soms ook wel zoeken naar de bekende speld in de hooiberg). Blijkbaar hebben we een goed ‘karma’ met de tijger en de natuur gehad zoals de Indiër zou zeggen.
De trein neemt ons vervolgens nog meer naar het Zuiden naar de tempel grotten van Ajanta en Ellora. Het zijn fantastische en gigantische bouwerken die uit de rotsen zijn gehouwen. Sommige zijn vergelijkbaar mooi met de stad Petra in Jordanië. De grotten en tempels, sommige zijn 200 voor Christus gebouwd, zijn Boedistisch, Hindoeistisch en Jainistisch. We krijgen interessante rondleidingen die ons alles vertellen over bouwstijl (ook nog invloeden van de Romeinen en Grieken), tekeningen, kleuren, en de religieuze verhalen. We zijn imiddels dwars door India getrokken en gaan verder richting het zuiden.

Tempel in Allora

Binnen in de tempel in Allora
Zuid India
In het zuiden bezoeken we Aurangabad en Hyderabad (70% moslim waarvan de vrouwen in zwarte burka’s lopen), Hampi en Mysore. We zien grote forten waaronder het Golconda fort en het fort van Aurangabad. In het laatste fort laat een van de bewakers de sluiproute naar de top zien (in het donker met fakkel) en vertelt hoe de vijand misleid werd door de gangen, onthoofd werd en met heet water overgoten. We kunnen ons er een levendige voorstelling van maken zeker als hij de fakkel plotseling uitblaast en de vleermuizen over ons hoofd vliegen. We eten en/of wandelen door de vele paleizen die de overheersers hebben achtergelaten (allen verwaarloosd) met opgezette leeuwen en tijgers, muurschilderingen van overwinningen en bedienden met tulbanden. Een van de vele tempels is de grootste Hara Krishna tempel van het land; we wanen ons toch echt weer even op de Dam. We zien in de paleizen en musea de oude foto’s met prinsen en prinsessen, strak aangekleed behangen met sieraden, en met Engelsen (type: “stiff upper lip”) die de verhalen vertellen van een koloniaal verleden. We bezoeken een kerk (met een gesluierde Maria) en een moskee met de jas van Mohammed (die een keer per jaar getoond word en waar duizenden mensen naar komen kijken).
Colconda fort
Hyderabad
In Hampi zien we de resten van het 15de eeuwse Vijayanagar rijk. Ooit zo rijk als Rome en in 1565 bijna totaal verwoest. De resten van prachtige paleizen en tempels en ook indrukwekkende olifantenstallen beslaan een ernorm gebied wat rijk is aan veel groen, een rivier en grote rotsen, keien en verdwaalde “ik ben opzoek naar mezelf” toeristen (Hampi staat ook bekend om een hippie kolonie). Oscar wordt gezegend door een olifant in een hindoe tempel en na veel gewandel in de bloedhete zon relaxen we in het befaamde restaurant “ The Mango Tree” idylisch gelegen bij het water met een fantastisch uitzicht . Genietend van een currietje en een vers mangosapje denken we: wat is het leven toch mooi!
Als laatste stad bezoeken we Mysore, een oase van groen en met een hotel wat een voormalige flim studio is geweest. Een paleis gebouwd in 1912 (het oude was verbrand) met werkelijk een overdaad aan pracht en praal. Een grote suikerspin van kleuren en materialen (alleen Mickey Mouse ontbrak). We zien hoe zijde wordt gemaakt (en kopen niets, we hebben genoeg).
We overnachten vervolgens in Bangalore (IT stad nummer 1 van India, redelijk schoon en best wel gezellig) waar we het vliegtuig nemen naar Kolkata (Calcutta).
Een van de vele tempels in Hampi
Calcutta
Een immense stad met ca 18 miljoen inwoners. Het is er erg warm en zoals in de meeste steden is het er vuil en zijn er de vele bedelaars. Maar het is toch minder erg dan we hadden verwacht. Je ziet natuurlijk maar een klein deel van zo’n stad dus je indrukken zijn altijd enigszins vertekend. Calcutta ligt in de deelstaat West Bengal en grenst aan Bangladesh. De Bengali is een ander volk met hun eigen taal en dat merken we direct. Ze zijn vriendelijker dan de hindoes in bijv. Delhi die opdringiger waren en overduidelijk uit zijn op je geld. De stad en de mensen bevallen ons meteen. Ondanks de enorme drukte en gekkigheid kun je heerlijk toeven in deze stad. Als laatste stad heeft Calcutta nog de ouderwetse riksjas die door mannen worden voortgetrokken. We zijn verbaasd om dit te zien; de meeste lopen zelfs de riksja te trekken op hun blote voeten op het gloeiende asfalt. We besluiten om zo’n riksja niet te nemen. Dan maar de krakkemikkige ‘Ambassador’ taxies of gewoon lopen. We wandelen veel door de straten met vele (verwaarloosde) gebouwen uit de Engelse tijd. In sommige straten is het net alsof je door een heet en vervallen Londen met te veel vreemde mensen loopt. Victoria’s Memorial is een indrukwekkend en prachtig gebouw in een park (een soort Hyde Park) midden in de stad. Het is opgedragen aan het zeventig jaar regeren van Queen Victoria, ‘Emperess of India’ in de tweede helft van de 19e eeuw: de hoogtijdagen van ‘The British Empire’. In tegenstelling tot de meeste andere steden is dit wel de stad waar je echt de aanwezigheid nog van de Engelsen van destijds ervaart. Kerken, een oude begraafplaats, het Postkantoor, de ‘High Court’ etc. Sommige gebouwen zijn enigszins gerestaurteerd, de meeste staan letterlijk op instorten.
Markt in Calcutta
Victoria's Memorial
De Andaman eilanden
Op 16 april zijn we vanuit Calcutta naar Port Blair, de hoofdstad van de Andaman eilanden, gevlogen. De Andaman eilanden liggen ca. 1000 km ten Zuid Westen van India en zijn enigszins vergelijkbaar met de Malediven maar dan minder toeristisch. Bij aankomst zijn we al aangenaam verast door de relaxte sfeer en het aangename klimaat. Na de hectiek van Calcutta is de ruimte, de zon en de frisse lucht een verademing ! We hebben een goed hotel geregeld met uitzicht over de baai en regelen direct een bootticket naar het magische eiland Havelock, waar we over gelezen hebben dat dat echt de ‘place to be’ is. We blijven 2 nachten in Port Blair en gaan lekker naar het strand en bezoeken een oude gevangenis die eind 19e eeuw door de Britten is gebouwd om voornamelijk politieke gevangenen naar te verbannen. Het gebouw doet nu dienst als een soort vrijheids-en onafhankelijkheidssymbool van India. Er is een complete foto tentoonstelling over de Britten en het onafhankelijkheidsproces (Ghandi) van India. Best interessant allemaal, maar eigenlijk willen we gewoon met onze ‘but’ in het zand liggen slurpend aan een open ‘gechopte’ kokosnoot. En dat is ook precies wat we gaan doen !!
Tempels, musea, forten, gebouwen, koloniale geschiedenis, natuurparken, tijgers: we hebben het allemaal gezien: ‘seen it, did it, done it’. Maar nu is het tijd voor ‘something completely different’! De ferry naar Havelock is natuurlijk een oude roestbak en we zijn zo’n beetje de enige Westerlingen aan boord; dat ziet er dus goed uit. Na 4 uur varen en door elkaar geschud te zijn komen we eindelijk aan in het paradijs. En het is echt een paradijs ! Hagelwitte stranden, een regenwoud tot aan de kust met palmbomen, idylische taferelen met visserbootjes en lieve mensen. Het is allemaal onbeschrijfelijk mooi en we genieten intens. Ons verblijf is in The Wild Orchid (what’s in the name?) en we hebben een romantisch hutje vlakbij het strand. Na een paar dagen verhuizen we naar het naastgelegen resort ‘ The Emerald Gecco’ waar we echt een geweldige hut pal aan het strand hebben. Alles is van bamboe en staat op palen. Als je ‘s avonds een douche neemt kijk je naar de volle maan; je ziet de zee en hoort de branding in je slaap. Alles is half in de buitenlucht (het bed heeft gelukkig een goede klamboe). We zijn intens gelukkig met de keuze van dit verblijf en het eiland en we beseffen ons wat een vrijheid en rijkdom we eigenlijk hebben om dit allemaal te kunnen doen. Na zo’n trip door India, wat letterlijk af en toe een ‘rollercoaster’ was, geeft het ons ook een gevoel van dankbaarheid. Wat een rust en wat een ruimte: we hebben na al die jaren reizen best wel wat gezien in de wereld maar dit vinden we toch wel een van de mooiste plekjes die we ooit hebben gezien (als je tenminste van zon, strand en zee houdt). Het is nog niet verpest door massa toerisme en alles is ‘low profile’; de hutjes voor de toeristen kosten echt een schijntje (sommige $20 of minder). We vermoeden wel dat dit alles, zoals dat zo vaak met dit soort dingen gaat, in de toekomst zal veranderen. We huren een scooter om het eiland te verkennen en scheuren als twee vrolijke opgeschoten tieners met rare bouwhelmpjes op over het eiland. Het ene strand is nog mooier en stiller dan het andere; we genieten van de desolate plekjes en maken een trektocht naar een strand door het oerwoud en door een mangrove moeras (alleen met laag water te bewandelen; we waren gelukkig gewaarschuwd). Navraag bij de lokale bevolking leert ons dat de Tsunami van destijds weinig schade heeft berokkend en geen doden heeft geëist. Op de veel zuidelijker gelegen, en voor toeristen niet toegankelijke, Nicobar eilanden daarentegen is ongeveer de helft van de bevolking (ca. 30.000 mensen) en de helft van het hoofdeiland weggevaagd.
De onderwaterwereld van Havelock is minstens net zo mooi als daarboven. We treffen een goed geëquipeerde duikschool aan waar we een aantal duiken mee doen. Petra wordt, vanwege haar rug, zeer goed begeleid door een Canadese (met Hollandse ouders) duikinstructrice. Alles gaat goed en het is prachtig. Oftewel: een groot en ongeschonden acquarium met prachtig koraal en de meest uiteenlopende soorten vissen; te veel om op te noemen. Vermeldenswaardig is in ieder geval de grote rog en de enorme zeebaars die we hebben gezien en ook de van kleur veranderende octopussen. We zijn ook nog naar een olifantentrainingskamp (leuk woord voor scrabble?) in het oerwoud geweest. Hier worden olifanten gehouden die als een soort tractor dienen voor onbegaanbare gebieden (en die zijn er genoeg). Na wat bananen aan deze imposante en enigszins droevig kijkende dieren te hebben gevoerd, tuffen we verder op onze scooter naar een lagune om lekker te snorkelen. Na 8 dagen paradijs op deze sprookjeseilanden vertrekken we in de regen (de eerste echte regenbui die we sinds tijden meemaken), alsof het zo moet zijn, weer per boot en vliegtuig richting Calcutta om naar Bangkok te vliegen. Onderweg worden we vergezeld door een aantal vriendelijke Denen en twee Engelse dames die we eerder op het eiland hebben ontmoet.

Hutje

Lekker strandje
Op reis ontmoet je de meest uiteenlopende en aparte types op zo’n reis. Ieder heeft zo z’n verhaal en alle verhalen zijn boeiend. Zo denken we met plezier terug aan de door ons vernoemde ‘Dame Edna’ (oftewel Mrs Slocombe van “Are you being served” ) de 78 jarige eigenaresse met geweldige bril van het Fair Lawn hotel in Calcutta. Deze Armeens/ Engelse dame blijft liever haar hotel runnen, wat echt een ontmoetingsplaats in Calcutta is, dan in een bejaardenhuis in Engeland te gaan zitten. Of de Chileen die we ontmoetten in het Moeder Theresa huis die de halve wereld over reisde om vrijwilligerswerk in India te doen. Vervolgens kwam hij er achter dat er ook een moeder Theresa huis in Santiago in Chili is; 3 straten van zijn huis! Of de twee eeuwig bierdrinkende Engselse gasten die we in het Kana park onmoetten met wie we het ‘Tiger team” vormden. De een was loodgieter en verzorgde z’n moeder in Engeland; de ander was net gescheiden en herstellende van een gebroken rug. Wat hebben we gelachen met die gasten. En ook de twee Duitse students die het voor elkaar kregen om met twee Noorse meisjes in een riksja (tuc tuc) om te slaan: dus van het talud over de kop. Gelukkig hebben ze het overleefd. Ze reisden low budget en we hebben ze op een gastronomische maaltijd getrakteerd. Of de Mexicaan die we ontmoetten in het Sundabanspark: professor bioloog in de visserijkunde (of zoiets). De vriendelijke Indiaase Jain famile met wie we spelletjes op de boot hebben gedaan en over economie en politiek hebben gepraat. De twee Duitse gepensioneerde arsten (chirurgen) die over de hele wereld in ziekenhuizen vrijwillige operaties e.d. doen (momenteel in India). En tenslotte (en er waren er natuurlijk veel meer mensen) de Tjechische filmacteur die met zijn vriendje, een Amerikaanse consul reisde en na India binnenkort in Paraguay gestationeerd zal worden.
Al met al was India een geweldige ervaring. Het is een land met zoveel contradicties, zoveel mensen, geloven, rijkdom/armoede, geschiedenis maar ook met een toekomst. Het pakt je, het ontroert je maar het kan ook je neus uit komen. Het is boeiend, vermoeiend en heet. Het laat je beseffen dat je leeft; dat je tevreden en gelukkig kan zijn met wat je hebt. We kijken er met heel veel plezier op terug. Het heeft ons dichter bij elkaar gebracht, onze blik en geest verruimd. We zijn heel dankbaar met wat we hebben.
We gaan nu naar Thailand en Cambodja; wordt vervolgd………………….